Eigeel

Is het eten van rauw eigeel niet gevaarlijk vanwege bacteriën zoals salmonella?

Op bijna alles dat je aanraakt zitten bacteriën, en elke dag komen er bacteriën vanuit je omgeving in je lichaam terecht. Het lichaam kan dan ook uitstekend omgaan met deze bacteriën. Sterker nog, alleen onze darmen al bevatten meer dan 400 verschillende soorten bacteriën die we heel hard nodig hebben voor onze weerstand, de vertering van ons voedsel en voor de aanmaak van hormonen en vitamines. Ook bevat bijvoorbeeld de huid bacteriën die we nodig hebben voor de aanmaak van talg, dat de huid soepel houdt.
Beschouwen we bacteriën als onze vijand, en proberen we er zo min als mogelijk mee in aanraking te komen, dan raakt ons lichaam er van vervreemd. En als we lang genoeg vervreemd zijn geraakt van een bacterie, dan weet het lichaam niet meer hoe het met die bacterie om moet gaan, en kan je er vervolgens ziek van worden als je er dan mee in aanraking komt. Het is dus enorm belangrijk dat we ons niet isoleren van onze natuurlijke omgeving.
Ga maar na: als je naar een ver land gaat waar je nog nooit eerder bent geweest, en je het lokale voedsel gaat eten, kan je daar heel erg ziek van worden, omdat je niet gewend bent aan de vreemde bacteriën die in dat voedsel zitten. Dat ligt echter niet aan die bacteriën, want de mensen die daar wonen hebben geen enkele moeite met dat zelfde voedsel. Waar dat wel aan ligt is aan het feit dat je lichaam niet wist hoe het met die bacterie om moest gaan. Puur en alleen omdat die bacterie vreemd voor je was, was deze gevaarlijk voor jou. Het stomste wat je dus kan doen, is jezelf vervreemden van bacteriën.

Kijk maar eens naar de geschiedenis; bij de verovering van Latijns Amerika vielen er in totaal ongeveer 50 miljoen slachtoffers onder de oorspronkelijke bevolking, waarvan verreweg het grootste deel het gevolg was van de ziektes die de Europeanen met zich mee droegen. In Europa waren deze ziektes normaal, en de Europeanen die naar Zuid Amerika kwamen waren dus als het ware ingeënt tegen deze ziektes, omdat in Europa deze ziektekiemen altijd wel aanwezig waren.

Hetzelfde geldt voor salmonella. Kom je regelmatig met deze bacterie in aanraking, dan weet je lichaam daar heel goed mee om te gaan. Als je dan eens per ongeluk iets eet dat bedorven is, en teveel salmonella bevat, hoef je maximaal naar het toilet voor een complete darmontleging. Echt ziek zal je er dan nooit van kunnen worden. Kom je echter nooit in aanraking met salmonella, en eet je dan eens een toetje dat te lang in de koelkast heeft gelegen, dan kan je daar zeer ernstig ziek van worden.
De reden hiervoor is heel simpel: het principe is hetzelfde als dat van vaccinatie. Bij een vaccinatie wordt een kleine hoeveelheid van een bepaalde ziekteverwekker in je lichaam gespoten, zodat je lichaam die ziekteverwekker leert kennen, en het antilichamen aan kan maken. Afhankelijk van de ziekteverwekker kan het zijn dat die vaccinatie na enige tijd weer uitgewerkt is. En dat laatste geldt ook voor bacteriën; je moet er regelmatig aan blootgesteld worden om er goed mee om te kunnen blijven gaan.
Vandaar dat vooral bejaarden in bejaardenhuizen het slachtoffer worden van salmonella, want in zulke bejaardenhuizen krijgt men steriel, doorgekookt voedsel voorgeschoteld, waar vrijwel geen bacteriën in zitten. Het gevolg hiervan is dat ze totaal niet getraind zijn in het om kunnen gaan met bacteriën. Als ze dan eens een keer in aanraking komen met zulke bacteriën, zoals salmonella, is er een behoorlijke kans dat het afweersysteem onvoldoende getraind is. Die bejaarden overlijden dan niet omdat bacteriën zoals salmonella gevaarlijk zijn, maar omdat hun weerstand niet getraind is.
Het is een grof schandaal dat deze bejaarden zo afgezwakt worden, en het is aan ons om dit veranderen.
Het huidige gezondheidsbeleid ten aanzien van bacteriën is de wereld op z’n kop; als we de huidige adviezen volgen, raakt ons afweersysteem alleen maar verder en verder verzwakt. De enige juiste maatregel is het versterken van ons afweersysteem, en de enige manier om dat te doen, is door middel van training. Training betekent regelmatige blootstelling aan kleine hoeveelheden bacteriën, zodat het afweersysteem heel goed weet hoe het met die bacteriën om moet gaan. Eet je dan eens per ongeluk een keer bedorven voedsel, dan zal je daar niet ziek van worden, maar maximaal een keertje extra naar het toilet moeten.
Gedoseerde training maakt sterker. Zo is bijvoorbeeld gebleken dat wanneer je als kind de mazelen hebt gehad, dit min of meer voorkomt dat je later astmatisch kan worden.

Bedrijven die iets willen verkopen hebben hier natuurlijk niets aan; want als je iemand iets wil verkopen, moet je die persoon er van overtuigen dat hij het artikel nodig heeft. Kan je hem bang maken, dan heeft hij ‘bescherming nodig’. Kan je hem bang maken voor vuiligheid, dan zal hij de agressiefste schoonmaakmiddelen van je willen kopen. Wil je hem medicijnen verkopen, die hij voor de rest van zijn leven moet slikken, dan zal je zijn weerstand af moeten zwakken. En dus maak je hem bang voor dat wat hij nodig heeft voor een goede weerstand: natuurlijk rauw voedsel met kleine hoeveelheden bacteriën. Is je weerstand voldoende afgezwakt, dan zal je voor alles en nog wat een pilletje nodig hebben; om te kunnen slapen, om gelukkig te zijn, om een koudje te kunnen overwinnen, om niet te druk te zijn, en om je te kunnen concentreren. Daarna een pilletje om een erectie te kunnen krijgen, een pilletje om geen botontkalking te krijgen, of geen kanker, of om je bloeddruk te verlagen of het cholesterolgehalte.
De bedoeling is dat we de natuur uit de weg gaan, zodat we medicijnen nodig hebben om te overleven. Dat is pas geld verdienen.

Het blijft hoe dan ook een feit dat we een product zijn van de natuur. Miljoenen jaren lang hebben we ons ontwikkeld op basis van alleen maar rauw voedsel.
In de natuur eet elk dier alleen maar rauw voedsel, en roofdieren zoals luipaarden hangen hun dode prooi soms dagenlang in een boom, in de brandende hitte, voordat ze deze opeten. Vossen stelen rauwe eieren en apen eten insecten die bacteriën met zich meedragen. En voor dieren zoals hyena’s en gieren is het zelfs de gewoonste zaak van de wereld om ‘2e hands voedsel’ te eten.
Wil je een normale, natuurlijke weerstand ontwikkelen, dan moet je dit op de juiste manier gaan trainen, door middel van blootstelling aan kleine hoeveelheden bacteriën (het principe van vaccinatie). Dit doe je door dagelijks vers rauw voedsel te eten (en natuurlijk niet door bedorven voedsel te eten).

Een te grote hoeveelheid bacteriën (zoals bij bedorven voedsel) zorgt namelijk wel degelijk voor bescha-digingen aan lichaamscellen. Krijg je gedurende een lange periode regelmatig veel te grote hoeveelheden bacteriën binnen, dan kan dit bijvoorbeeld artritis veroorzaken en is er ook een verhoogd risico op maag- en darmkanker.

eigeel

Dosering is dus het geheim.

Bij bereid voedsel is het heel moeilijk vast te stellen of het voldoende of teveel bacteriën bevat, want vanwege het zout, de kruiden en/of specerijen kunnen we het aan de smaak nauwelijks merken, en met het blote oog is ook meestal niets vreemds te zien.
Bij rauw voedsel is het juist heel erg gemakkelijk; het bevat altijd net voldoende, en of het teveel bevat, kan je duidelijk zien. Zo is bij een vers ei de dooier stevig en het ei-wit slijmerig. Is het ei niet zo vers, of zitten er teveel bacteriën in, dan gaat de dooier stuk zodra je deze in je hand neemt, en is het ei-wit waterig. Is vis niet meer zo vers, dan ruik je dat overduidelijk. Zijn paranoten of macadamianoten te oud, dan zijn ze gelig in plaats van ivoorwit, en smaken ze ranzig.

Als je rauw eigeel wil gaan consumeren, moet je natuurlijk wel weten hoe je kan herkennen of het ei vers genoeg is en niet teveel bacteriën bevat. Dit geldt vooral wanneer je net begint, en wordt iets minder belangrijk naarmate je lichaam meer gewend is geraakt aan het eten van rauw eigeel. Eet je al minimaal een paar maanden lang regelmatig vers rauw eigeel, en let je dan een keer niet op, en eet je eigeel dat te veel salmonella bevat, dan moet je maximaal een keertje extra naar het toilet, voor een volledige darmontleging. Verder niet.
Hier zijn de regels voor het eten van rauw eigeel:

1. Let natuurlijk altijd op de houdbaarheidsdatum die op de verpakking vermeld staat
2. Als je na het checken van het ei nog niet zeker weet of het vers genoeg is, eet het dan niet op
3. Als het ei vreemd ruikt, eet het dan niet op
4. Als er een breuk in de schaal zit, eet het ei dan niet op
5. Maak de schaal niet schoon, tenzij je dat doet vlak voordat je het ei open maakt
6. Om te kunnen beoordelen of het ei vers genoeg is, moet het op kamertemperatuur zijn. Bewaar je de eieren in de koelkast, dan moet je deze dus eerst minimaal een uur op temperatuur laten komen
7. Rol het ei over een glad oppervlak. Waggelt het, eet het dan niet
8. Houd het ei bij je oor, en schud zachtjes. Hoor je een klotsend geluid, dan is het ei niet vers genoeg. Eet het dan niet
9. Doe het ei in een pan met koud water en een snufje zout. Gaat het drijven, eet het dan niet. Komt er een spoor van kleine luchtbelletjes uit, eet het dan niet.
10. Open het ei. Vers rauw eigeel is bolvormig en stevig. Gaat het zakje met eigeel stuk zonder dat je het opengemaakt hebt, of is het ei-wit waterig in plaats van geleiachtig, eet het ei dan niet, want dan is het te oud of aangetast door bacteriën. Bij een vers ei moet je het geleiachtige ei-wit van het eigeelzakje (met het strengetje er aan vast) scheiden door de dooier in je handpalm te houden en met de vingers van je andere hand het ei-wit ‘er uit te strelen’, totdat alleen het strengetje nog aan het zakje vast zit. Je kan dan de laatste restanten ei-wit verwijderen door de dooier van je ene naar je andere hand over te hevelen, waarbij je de ontvangende hand steeds eerst afveegt (aan keukenpapier dat je op het aanrecht gelegd had). De dooier die deze handelingen niet overleefd was waarschijnlijk toch niet vers genoeg. De ‘overlevenden’ zijn vervolgens klaar voor ‘de incisie’, en het onttrekken van het vloeibare eigeel.
11. Is het ei vers, dan kan je het eigeel eten, maar dit moet je wel eerst stapsgewijs opbouwen; De eerste drie dagen neem je slechts een theelepeltje eigeel per dag (van steeds weer een nieuw vers ei natuurlijk). De volgende drie dagen neem je 2 theelepels per dag en de drie daaropvolgende dagen 1 eierdooier. Daarna 2 eierdooiers per dag enzovoort. Zo raakt je weerstand ingesteld op het eten van rauw eigeel. Eet je dan eens een keer per ongeluk iets verkeerds (bedorven), dan zal je daar nauwelijks iets van merken, in vergelijking met iemand met een minder goed getrainde weerstand.

Het eigeel zelf smaakt een beetje vanilleachtig, en is bijvoorbeeld heerlijk in combinatie met avocado, of in een glas sinaasappelsap of (als je niet gevoelig bent voor acne) fruitshake. Bij een fruitshake, bijvoorbeeld banaan met appel en wat sinaasappelsap, mix je eerst het fruit, en voeg je het eigeel pas als laatste toe, wat je er met een vork doorheen roert. Een mix met eigeel moet je altijd direct opdrinken, en mag je nooit laten staan, en dus ook niet meenemen in een fles. Je mag het eigeel niet meemixen omdat de eiwitten in eigeel gemakkelijk beschadigd raken, zelfs door het mixen, want de wrijving die daarbij plaats vindt is als het ware ‘hitte op moleculair niveau’. Door het toevoegen van eigeel wordt het sap of de shake lekker romig en zacht van smaak.

eieren